Close
Exit

In deze editie: 1 monster, 2 start-ups, 1 prijzenoorlog, 1 Nijmegenaar, 1 Indier, 1 zelfreinigend orgaan, Dio, en nog een Hollandse Baas – wellicht Henk Westbroek.

In het kader van mijn eerste voorzichtige stapjes in het entrepreneurschap ben ik vanuit onze eigen koelkast een start-up begonnen. Daarin staat nu namelijk een plastic pot gevuld met kitkats. Voor 1.000 kyat (1 euro) kunnen m’n huisgenoten 2 kleine kitkats kopen. Ik kwam op het idee nadat ik door mijn huisgenoten (die film zaten te kijken) op een nachtelijke queeste naar de lokale nep 7-eleven (genaamd 108 shop) werd gestuurd om chocolade in te kopen.

Daags na de succesvolle lancering van deze venture zat ik echter al midden in m’n eerste business crisis. Bij de 108 had ik alle kitkats opgekocht, en ook de grote supermarkt had geen kitkats meer. En tot overmaat van ramp kwam het moment precies overeen met het begin van de maandelijkse menstruatiegolf in huize nooitgedacht.

Gelukkig vond ik ergens in een obsucre minimarkt nog kitkats, maar daar waren ze duurder dan bij m’n gebruikelijke inkoper. Dat vreet behoorlijk aan m’n marges, maar je wil als ondernemer toch continuïteit bieden, zeker in tijden van menstruatie.

Bij de 108 heb ik nu overigens al meerdere keren de gehele kitkat voorraad opgekocht (die is dan ook niet al te groot meestal). De kitkats liggen naast de kassa, en de verkoopsters beginnen nu al giechelen als ik binnenkom.

Huisgenoot A heeft nu echter een vijandige overname van de koelkast gedaan, en is begonnen met de verkoop van Knopfers. Ik vind persoonlijk dat zij een betere deal heeft, maar Huisgenoten M en Y lijken de voorkeur te geven aan Kitkats, dus de zaken lopen nog aardig. Mijn grootste angst is echter dat er een prijzenoorlog uitbreekt in de koelkast, en ik nog meer van mijn marges in moet leveren (want: we weten allemaal wat er van Super de Boer gekomen is..).

Overigens is het gevaar slechts van korte aard: de knopfers zijn geïmporteerd uit Denemarken, dus ik heb ik heb het voordeel van de supply chain (en iedereen die ook maar enigszins van globalisering op de hoogte beweert te zijn weet dat de wereld tegenwoordig draait om supply chains en just in time deliveries). Daarbij ben ik zelf gek op knopfers – ze herinneren me aan familieuitstapjes in groesbeek – en ben ik hard bezig om de voorraad zelf op te kopen.

Een en ander heeft er wel toe geleid dat alles in huis ineens een commodified is. Tegen ieder hapje eten dat huisgenoot Y (die verdomd goed kan koken) aanbiedt staat ineens een kitkat, en ik hoef er niet eens meer aan te denken dat ik ooit nog zomaar een mandarijn kan bietsen. En dan weten die stakkers van een huisgenoten nog niet eens dat ik 40% winst maak op die krengen.

Tot overmaat van ramp wil Huisgenoot M, desporate om het hoofd boven water te houden, nu geld gaan vragen voor toiletbezoek. Haar badkamer is namelijk de enige die beneden is (ja we hebben serieus 3 badkamers). Voor mij zou dat een ramp zijn, aangezien ik aangewezen ben op haar plee. I created a monster!

straatbeeld

straatbeeld

Maar om terug te komen bij de koelkast: Amna kwam langs in yangon (stond om 6 uur ‘s ochtends op de stoep; dat wens je niemand toe). Ze heeft me tijdens haar korte verblijf in huize nooitgedacht geïntroduceerd in de peanut butter and jam. Er ging een wereld voor me open! Die sloot zich echter snel daarna ook weer, want pindakaas is hier ongeveer even waardevol als goud, dus de luxe van dubbel broodbeleg zit er de komende tijd nog even niet in.

Maar het was wel verdomde leuk om A even over de vloer te hebben. Ze zorgde echter ook voor een van de twee eerste scheuten heimwee die ik had hier. De eerste was toen Dio onverwacht voorbij kwam op m’n ipod – wat verder niet onaangenaam was. De tweede was toen A vertrok en mij met koorts thuis achterliet. Het feit dat ik net een hele nacht had lopen ijlen had mijn emotionele huishouding niet per se goed gedaan, en ik heb dan ook wel een traantje gelaten. Het was de eerste keer dat het echt tot me doordrong dat ik voor onbepaalde tijd weg ben en ik dus geen idee heb wanneer ik haar – of wie dan ook – weer zal zien.

De verdere gebeurtenissen van de afgelopen tijd schuif ik even door naar de ps, want ik kan geen goeie bruggetjes meer bedenken.

Nou dahaag!

 

ps. er zit een shabby hotel hier in de buurt waar ik wel eens ga zitten voor de wifi. Afgelopen week liep ik daar binnen en  toen stond ‘er is geen banger hart geen banger hart dan dat van mij’ aan. Ik dacht dat ik gek werd!

Ik ging er in eerste instantie van uit dat het een cover was, want alles hier is een cover. De soundsystem was niet zo goed, dus ik kon het niet heel duidelijk horen. Ik had mijn oren dus gespitst, maar op dat moment was ook de waitress naast me komen staan. Ze blijven hier altijd aan je tafel staan, óók als het menu 27 pagina’s heeft met keuzes van mexicaans tot ethiopisch (die ze vervolgens allemaal niet blijken te hebben overigens). Ik kon me absoluut niet focussen op het menu en bleef maar een beetje geretadeerd met mijn oor naar de speaker draaien terwijl mijn ogen op een punt in de verte bleven hangen en m’n mond lichtelijk open hing. Dat ging zo drie minuten door tot het nummer eindelijk afgelopen was. Meiske moet wel gedacht hebben…

pps. ik ben hier de helft van de tijd aan het filerijden, en heb het daarbij gepresteerd om vandaag tot twee keer toe over mijn eigen voet heen te fietsen. #nieuwdieptepunt

ppps. ik heb een potlood gekocht waarop staat: Never give up fight to the bitter end that’s what great plays are made of.

Fruit of the Loooooom

Fruit of the Looooooom

pppps. de krant staat hier vol met trade mark warnings. Myanmar zit niet in de Wereld Handelsorganisaties (WTO) dus intellectuele eigendom kennen ze hier alleen in de context van intellectuelen die in de gevangenis worden gegooid en daarmee feitelijk eigendom van het regime worden. Dat is natuurlijk niet waar de Starbucksen, de Microsofts en de Nestle’s van deze wereld aan denken, en zij zijn doodsbang dat ze ook maar een cent zouden verliezen in een van de kleinste economieën ter wereld. Daarom laten die bedrijven allemaal advertenties in de krant plaatsen waarin ze het logo laten zien, de merknaam noemen, en vervolgens in zeer ingewikkelde technische blabla uiteenzetten welke productgroepen ze allemaal produceren. Zo had LU laatst een kwart pagina nodig om 413 vreselijk moeilijke technische uiteenzettingen te noemen die eigenlijk allemaal neerkwamen op ‘koekje’.

Maar wat alles sloeg was Lacacyd. Zij waarschuwen dat ze het trademark hebben op ‘chemical preparations for sanitary use’. Alsof er in myanmar iemand zo gek zou zijn om vaginazeep na te gaan maken! Ik vond het eigenlijk bijna beledigend, want de mensen hier weten heus wel dat de vagina een zelfreinigend orgaan is.

ppppps. Er kwamen ook nog een stel boeddhistische nonnen aan de deur (lees: hekwerk). Ze deden ook een liedje, maar die duurde gelukkig maar 4 seconden. Een verademing na het kerstconcert van de christenen. Ondanks dat heb ik ze geen rijst gedoneerd. Want dan zal je zien dat de christenen er lucht van krijgen en dan is het stront aan de knikker.

Niet mijn eigen foto

Betel Nut. Niet mijn eigen foto. Bron

pppppps. A vond dat de birmezen ‘allemaal zo’n mooie witte tanden hebben’. Ik weet niet precies waar zij high op is geweest in de 10 dagen dat ze hier was, maar ik vond het een opmerkelijke waarneming voor een tandarts in een land dat collectief verslaafd is aan de betel nut

ppppppps. Ik heb een onwijs mooi boek gelezen: From the Land of Green Ghosts van Pascal Khoo Thwe. Het is een biografie van een jongen die wordt geboren in een hill tribe diep in de bergen in myanmar. Hij belandt – met vele omwegen – uiteindelijk in Cambridge als literatuurstudent. In het boek lees je over de prachtige tradities van een hill tribe in myanmar, over de verschrikkingen van het birmese militaire regime, over de vervolging van studenten, en over een mensonterende oorlog in de jungle. Maar je leest vooral het indrukwekkende verhaal van het leven van een sterke jonge man.

Prachtig ingetogen en eerlijk geschreven, en haarscherp in zijn beschrijvingen. Ik kan het wholeheartedly aanraden en hoop van harte dat ik in een volgend leven als literatuurcriticus incarneer. Te koop aan de tempelkant van Khao San (waar tegenwoordig ook een burgerking zit, waardoor de definiëring van de straat in ‘tempelkant’ en ‘burgerking’ kant wat problematisch is geworden). Maar ook gewoon via bol.com

En als je Maj Eimers heet valt ‘ie een dezer dagen op je deurmat. Gefeliciteerd mop!

 

12 comments

  1. Roselyn Reply 20 / 02 / 2013 at 08:42

    Ik heb verder totaal geen inhoudelijke toevoegingen hierop, hoor, maar ik wilde je toch even meedelen dat ik zo erg moest lachen om je KitKat entrenepeneurship dat ik me verschrikkelijk verslikte in m’n bakje cruuuesli. Zo leuk vond ik het. En dan weet je het wel!

  2. Juliette Reply 20 / 02 / 2013 at 09:43

    Ik ben 16 augustus jarig.

  3. Josine Reply 20 / 02 / 2013 at 09:44

    Mij viel op dat je Amna als een Nijmegenaar in je aanprijzing voor dit verslag hebt gezet. Grappig, ik zou eerder Amsterdammer of Bosniër zeggen, of Beekse, Emmense of desnoods Tsjechische. En daarnaast is banger hart natuurlijk van Rob de Nijs en niet van Henk Westbroek, vraag maar aan de moeder van Lieke.

    PS. Ik vond het moeilijk je literaire recensie serieus te nemen, vooral de zin “Maar je leest vooral het indrukwekkende verhaal van het leven van een sterke jonge man.” komt vreemd over uit jouw mond.

  4. Josine Reply 20 / 02 / 2013 at 09:45

    PPS. Ik heb dubbel beleg ook van Amna geleerd trouwens :)

  5. Juliette Reply 20 / 02 / 2013 at 09:46

    en hoe zat het nou met Henk Westbroek?

  6. jeewee Reply 20 / 02 / 2013 at 09:59

    Oh ja die Henk Westbroek bleek dus Rob de Nijs te zijn (ik heb geen banger hart… etcetera).

    En josine: ja die zin neem ik eerlijk gezegd ook niet serieus van mezelf. Snap eigenlijk ook niet hoe die erin is geslopen.

  7. keimpe Reply 20 / 02 / 2013 at 11:20

    Hier is mijn recensie van dit blog:

    Dit blog leest als een biografie van een jongen die wordt geboren in Groesbeek diep in het oosten van Nederland. Hij belandt – met vele omwegen – uiteindelijk in Myanmar als ontwikkelingswerker. Op het blog lees je over de prachtige tradities van een achtergestelde regio in Nederland, over de verschrikkingen van het Groesbeekse regime, over het vervolg in Tanzania, en over een mensonterende queeste naar werk. Maar je leest vooral het indrukwekkende verhaal van het leven van een sterke jonge man. Prachtig ingetogen en eerlijk geschreven, en haarscherp in zijn beschrijvingen.

    • Josine Reply 23 / 02 / 2013 at 11:16

      Hahaha, eigenlijk gewoon psychologische projectie die recensie van JW

      • jeewee Reply 24 / 02 / 2013 at 09:00

        wat is dat nou weer voor een ‘psychologiemagazineterm’… hou jij het nou maar gewoon bij de volkskrant.

        en keimpe: vooruit. heel sterk ;).

  8. Jelle Reply 20 / 02 / 2013 at 14:38

    ik lees alleen maar bla, bla bla.

  9. keimpe Reply 20 / 02 / 2013 at 18:11

  10. Maj Reply 11 / 03 / 2013 at 17:41

    Hey, ik had dit verslag gemist zie ik ineens… En mag ik nog even, veel te laat, reageren met een eigen literaire recensie:

    Het verslag van J.W. de Rooij (1985) leest als een humoristisch commentaar op de hedendaagse kapitalistische samenleving, alsmede een overpijzing over het gedistantieerde bestaan van een expat in Myanmar. Zijn gebruik van overdrijving, sentiment en dubieuze know-how gaat altijd gepaard met een ferme knipoog. Deze recensent was dan ook danig geamuseerd en raadt het verslag een ieder aan. (Deze recensent wil daar ook nog even bij vermelden dat dit niets te maken heeft met het cadeautje dat deze recensent is beloofd… Echt niet.)

    En dank je wel, lief!

Leave a reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Go top