Close
Exit

Met in dit verslag: heel veel eerste indrukken, geen enkele motor, 1 stuk hout dat géén teak is, 1 ongewenste amerikaanse ster, 7 reclame uitingen, geen enkele snelweg, schijt ik 1 keer in m’n broek, en heb ik 1 hele zachte landing. En 8 ps’en. Dus als alle indrukken je de strot uitkomen kan je ook gewoon naar de ps’en skippen, want die zijn als altijd het interessantst. 

Ik ben gisteren aangekomen in Yangon, en heb m’n best gedaan om mijn eerste indrukken zo goed mogelijk op te schrijven en in te prenten. Je kan maar één keer met nieuwe ogen naar een stad kijken en over een week – of zelfs vandaag al – is je blink verandert. En als je het niet opschrijft kan je je over een jaar niet meer voorstellen dat je je verbaasde over bepaalde dingen.

De eerste indrukken begonnen al voordat het vliegtuig de landing inzette. Met een banana shake in m’n hand noteerde de geograaf in me dat het landschap was verdeeld in kleine perceeltjes met natuurlijke afzettingen. Ik zag maar één keer een groot stuk grond dat rechthoekig was en symmetrisch ingedeeld. Er waren geen echte dorpen, hoogstens wat dorpjes waar een stuk of 15 huizen in de buurt van elkaar stonden, maar wel allemaal met grond eromheen. De meeste daarvan stonden rond een meanderend riviertje. Het gaf een mooi aanzicht, maar zag er ook heel weinig ontwikkeld uit.

Ik zag geen énkele grote weg die de stad uitleidde, en zelfs toen het vliegtuig het asfalt al bijna raakte was er van een stad nog niets te bekennen. Maar: het vliegveld bleek verassend nieuw en modern. Mooi zelfs ook. En hoewel ik dacht dat er alleen maar teak uit Birma kwam, bleken ze toch ook ergens een grote kerstboom vandaan weten te halen. Zélfs hier doen ze mee aan die gekte.

De eerste Birmezen bij immigration waren bijzonder vriendelijk. Al deden ze wel heel erg lang over mijn paspoort en bleef ik uiteindelijk als laatste over in de immigratiehal. Dat vind ik on any given day al een beetje eng-ig – maar in het land waar ik me de komende 2 jaar hoop te vestigen vond ik het des-te meer angstaanjagend als eerste introductie. Tel daarbij op dat ik bij mijn visumaanvraag op de ambassade een employment history form moest invullen met mijn laatste 2 banen. Ze vragen daar om, zo had ik op internet gelezen, om gelukzoekende ontwikkelingswerkers uit het land te houden. Ehhmm… tsjah…

Het spreekt dus voor zich dat ik niet helemaal eerlijk ben geweest op het formulier [ik lieg dus niet alleen op dit medium, ook op officiële documenten draai ik mijn hand niet om voor een klein leugentje voor persoonlijk gewin, red.] maar ik besefte me pas later dat mijn paspoort een ander verhaal sprak. Want terwijl op mijn formulier stond dat ik webdesigner was in Amersfoort, zei mijn paspoort dat ik een resident van Tanzania was. Gelukkig waren ze niet zo grondig.

Goed. terug naar die immigratiehal. Krijg ik mijn paspoort eindelijk terug – met een glimlach en excuses voor de vertraging in opvallend goed engels – word ik bij de bagageband door iemand van immigratie aangesproken of ik toch nog een keer terug kan komen. Ik loop schoorvoetend en vooral schijtend in m’n broek terug naar de balie – bleek dat de aardige dame was vergeten op ‘save’ te drukken waardoor ze mijn foto en paspoort scan was verloren. Pfew!

Voor het vliegveld keek ik als eerste naar de gigantische reclameborden boven de weg; altijd een goede indicator voor de staat van het land. Het is de plek waar de elite van het land komt, alsmede de eerste reclameuiting die buitenlandse investeerders en toeristen zien. Daar telde ik 2x cementmix  (typsich voor een ontwikkelingsland), 2x instant coffee (idem, maar wel vrij schokkend als dat het meest luxueuze product is dat ze kunnen bedenken voor die positie), 1x pepsi (idem), godzijdank ook nog 1 grote voor de nieuwe Samsung SmartTV, en daarnaast nog 1 voor maritieme olieplatform technieken (ook veelzeggend).

Het tweede dat me opviel waren de 40.000 vogels die in de bomen voor het vliegveld zaten. In Nederland ligt heel Haarlemmermeer op z’n gat als er ook maar één gans rond schiphol wordt gespot – hier moest ik schreeuwen tegen de taxichauffeur, anders kwam ik niet boven het getetter van de vogels uit.

Ik reed de stad in tijdens de avondval en heb blind op m’n telefoon mee zitten typen wat me opviel op straat. Het vliegveld verlatende waren dat allereerst de vier welkomstboodschappen voor zowel Yangon als The Golden Land. Een naam die het land, op het eerste gezicht, eer aan doet. Want hoewel er op de ontwikkeling van het land hier en daar nog wat af te dingen valt (zo verwacht ik althans) zijn ze wat betreft bladgoud redelijk overbedeeld.

Uitzicht over suburban Yangon vanuit het hotel waar ik zit te wifi'en

Uitzicht over suburban Yangon vanuit het hotel waar ik zit te wifi’en

De stad is veel ontwikkelder dan ik dacht. Er zijn mooie brede wegen, perkjes met palmbomen en stoplichten die aftellen. Er zijn stoepen, er is straatverlichting. Wat aanzicht betreft deed het me wat aan India en Thailand denken, maar dan minder chaotisch. De auto’s rijden rechts (verassing), maar hebben vaak ook het stuur rechts (grotere verassing). Er was een enkele fietser, maar niet één motor te bekennen (extreme verassing). De taxi was gelukkig gewoon een Toyota – net zoals iedere andere taxi in iedere andere stad in ieder ander ontwikkelingsland. De dag dat dát verandert ga ik aan mezelf twijfelen. Ze toeteren weinig, maar hebben wel verdomd slechte lane discipline.

Langs de weg zijn simpele shopjes en wat grotere winkels, maar geen enkele die aan een chain deed denken of iets 7-eleven-achtigs. Wel een kleine mall gespot, maar van het type lelijke nieuwbouw (denk blauwe aluminium pilaren en extreem spiegelende ruiten. Het type dat ze ook in Mwanza zouden bouwen, en waarin dan uiteindelijk alleen maar 2 dozijn kleine mobieletelefoonaccessoirewinkeltjes zitten.

Zomaar een straat

Zomaar een straat

De stad inrijdend zag ik wat hoogbouw, geen enkele ervan werkelijk mooi. Wel veel mooie huizen met tuinen en muren er omheen. Zal dus wel door de mooie wijken gereden zijn. Hotel hier en daar, en restaurants uit alle Aziatische windstreken. En natuurlijk de nodige karaokebar.

Mieke's straat - in een rijke wijk van Yangon

Mieke’s straat – in een rijke wijk van Yangon

De eerste taxirit eindigde op de oprit van de buren van Mieke [een vriendin van mijn bachelor in Utrecht, red.]. Haar buren waren gelukkig zo vriendelijk (en inzichtelijk) om me op het huis van de dichtstbijzijnde blanke te wijzen, en zo viel ik in de armen van de tigste Brabander sinds ik de Hollandse laagvlakte heb verlaten.

Ik logeer de komende tijd bij Mieke, en heb dankzij haar een extreme soft landing. Ze woont in een heel mooi huis met airco en een wasmachine. Met mooie houten vloeren en een hek dat nooit echt op slot hoeft omdat het blijkbaar heel erg veilig is in deze stad. Mieke’s ‘kleding-kamer’ waarin ik de eer heb te mogen huizen blijkt beter dan menig kamer die ik in het Amsterdamse heb bewoond, en heeft zelfs een ingebouwde airco uit 1978.

Ik kan hier in ieder geval tot het einde van de maand blijven, dus kan rustig gaan zoeken. En Mieke heeft me gisteren al in haar vriendengroep geworpen en mijn sociale agenda voor de komende 5 dagen gevuld, dus ook daarvoor hoef ik geen vinger uit te steken. Eigenlijk bijna té makkelijk – maar toch klaag ik niet. Over de eerste Yangonse feestjes de volgende keer dus hoogstwaarschijnlijk meer.

Mijn tijdelijke onderkomen

Mijn tijdelijke onderkomen

Mieke's huis

Mieke’s huis

De komende dagen wil ik het effe rustig aan gaan doen. Nu, op dag 2 is het bijvoorbeeld al half 5 en ben ik het huis nog niet eens uit geweest. In Bangkok heb ik me 10 dagen ondergedompeld in de gekte en chaos die Bangkok is, en op mijn kamerzonderraam was ik aan bijkomen van alle ‘laatste weken stress’ uit nederland ook niet echt toegekomen. Ik voel gelukkig geen druk om meteen op zoek te gaan naar werkhuisvriendenleven – deels dankzij Mieke’s zachte landing, deels omdat dat volgende week even goed kan als deze.

ps. de eerste culturele tegenvaller had ik al snel na binnenkomst in Mieke’s casa. Zegt ze doodleuk dat Jason Mraz zondag optreedt in Yangon alsofdatdenormaalstezaakvandewereldis. Ik betaal hier verdomde om in een uithoek te zijn waar nooit iets gebeurd!

pps. de kaartjes zijn dus ook nog eens gratis, maar wel op. Dus tenzij Mieke in haar wijde netwerk nog ergens iets kan hosselen mis ik al in mijn éérste week in Yangon hét evenement van de komende 2 jaar. Best een deprimerende gedachte eigenlijk.

ppps. Ik vond een briefje van de schoonmaakster hier op tafel. Daarop stond: ‘We have no more detergent. I’ll buy and bring Tuesday or you buy. I’m not sure up to you. Everything you need call me’. Foutloos. Sorry maar mijn bek viel open. In Thailand heeft zelfs een PHD student aan de hoogst aangeschreven universiteit van het Koninkrijk niet zo’n brede woordenschat.

pppps. Nee maar echt. M’n bek viel open. Letterlijk.

ppppps. Leuk gesprekje met thaise vriendin J.

J: i’m thinking about doing a master next year.
Ik: oh really, what programme
J: actually, i want to go to Le Cordon Blue culinary institute
Ik: hahahaha! why would go to a school with a stupid name like that?
J: it’s actually one of the most renowned culinary institutes in the world
Ik: uhhhhh

pppppps. ik was dus nog een keer naar de massage gegaan he. Nou die vrouw was aan het ouwehoeren tegen de andere masseur in de ruimte. Jeeeezus. Heeft geen seconde d’r bek gehouden. Ik dacht dat ik gek werd. En ze was ook nog eens belabberd ook. En voordat het groepje van josine nu weer gaat huilen dat ik me gewoon niet overgeef: ze heeft mijn voeten niet eens aangeraakt, en over m’n benen heeft ze alleen maar gelopen. Sterker nog: ze heeft een kwartier lang over me heen gelopen. Op een gegeven moment stond ze minutenlang op m’n kont, gewoon een beetje te lullen. En een keer in de zoveel tijd verzette ze d’r gewicht dan van m’n ene bil naar m’n andere.

ppppppps. echt.
pppppppps. serieus. minutenlang. en maar lullen.

ppppppppps. wat ik helemaal vergeet te zeggen in deze uitweiding over al die eerste indrukken: ik vond ze heel erg positief. Ik keek ernaar met een blik van: ‘is dit een stad waar ik zou willen wonen’. Ik vind het fijn dat de stad wat ontwikkelder is en ook wel echt voelt als een grote stad. Maar tegelijkertijd heb ik het idee dat er nog niet zo vreselijk veel te doen is, en dat je hier een fijn overzichtelijk leventje op kan bouwen. En de mensen zijn heel erg vriendelijk, het eerste maal was lekker, ik werd weinig lastiggevallen… positief on all accounts.

7 comments

  1. Big Brother Reply 12 / 12 / 2012 at 14:24

    Dat klinkt inderdaad goed! Onverpest zelfs.
    Wat voor ‘bezigheid’ ga ze zoeken?

    PS. Groeten aan Mieke, en een dank je wel voor het op m’n broertje passen.

  2. Kate Reply 13 / 12 / 2012 at 12:40

    JeeDoubleYouuuuuu!!!

    Ik heb weer dubbel gelegen hoor van jouw verhalen! :D :D :D de vorige keer kwam ik echt niet meer bij van het lachen en kreeg buikkrampen van het lachen en spierpijn op mijn wangen van het lachen! gelukkig is het dit keer nu wel minder grappig!! :D:D :D :D :p :p :p
    Keep on posting your stories … and I I follow …. I follow you … deep sea baby I follow you dark boom honey ……. :D

  3. Kim Reply 13 / 12 / 2012 at 14:35

    Haha, minutenlang op je billen! Weet je zeker dat ze niet gewoon een peertje aan het verwisselen was? Misschien was je haar opstapje!

  4. Juliette Reply 13 / 12 / 2012 at 16:17

    meanderend riviertje. Geweldig.

  5. Jeanne Reply 13 / 12 / 2012 at 18:36

    KARAOOOOKEEEEEEEE YES!
    BRABANDER YES!
    TE MAKKELIJK VOOR JOU JW YES!

  6. Jelle Reply 15 / 12 / 2012 at 14:43

    Meer onzin over lijken en minder antropologische beschouwingen over spiegelende ruiten graag

  7. Josine Reply 31 / 12 / 2012 at 16:53

    Hahaha de twee keer dat ik -tot nu toe- hardop moest lachen waren beide de massage-anekdotes. Graag meer over de Birmese kwaliteiten

Leave a reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Go top