Close
Exit

Met in deze editie: 2 post-NSG’ers on tour, 1 gedwongen ontslag, 6 nieuwe personeelsleden (en minstens zoveel staf die ontslag neemt), Jezus Christus (ja echt), 3 weken, George Baker, weinig geduld, en 1 nieuw pandje.

Sinds ons laatste onderonsje hebben er een stuk of 10 personeelsleden ontslag genomen, hebben we er 12 aangenomen, en zijn er daarvan inmiddels alweer 5 vertrokken danwel op staande voet ontslagen omdat ze stomdronken in de bar verschenen. Genoeg stof dus.

Twee pnotjes terug had ik het over onze nieuwe coordinator, die ik op een onfortuinlijke middag had gevraagd om mee te helpen met schoonmaken – en die daarbij slechts in staat bleek tot het aaien van het aanrecht. Nadat ze twee uur lang over tegeltjes had gewreven had ze pijn in haar hele lichaam en de volgende ochtend stuurde ze het volgende smsje: “OMG JW i’m so sorry I just woke up and my whole body hurts”.

Op dit medium kwam ik tot de conclusie dat we haar misschien maar moesten ontslaan, aangezien ze er vaker niet was dan wel. Dus met de moed om haar op z’n minst flink toe te spreken ging ik de maandag erop naar kantoor, maar ik was weinig verbaasd toen ze daar niet bleek te zijn. Een half uur later kwam het verlossende smsje: ze nam ontslag.

Erg rouwig was ik er niet om.

Gelukkig wordt het langzamerhand ook makkelijker om personeel te vinden. Soms. Tegenwoordig komen mensen namelijk ook wel eens gewoon naar mij toe. Zo sta ik in mei – in de week dat zowel Fahrenheit als de foto exhibition openden – in de supermarkt als ik door een onbekend nummer gebeld wordt. Ik denk dat het misschien een journalist zou is, dus ik neem op terwijl ik voor het muesli schap sta.

Krijg ik me daar toch een verhaal in m’n oor geschreeuwd: Yes, I am cleaner. I have baby girl. But my husband passed away you know. So now I make little bit money. Only 70,000. I have to live with my mother. But it is difficult naw. With baby girl and husband he passed away.

Ik doe nog een poging om me te concentreren op het koffieschap – waar ik inmiddels beland ben, maar vind het moeilijk om de kleine lettertjes te lezen die het verschil maken tussen ‘coarse ground’ en ‘fine ground’ op het koffiepak.

So now I live with my family, and I want to work for you. You have good company. I have not enough money for food for my baby.

En zij is niet de enige birmees in de problemen die op wonderbaarlijke wijze aan mijn privenummer komt. Zo word ik ook gebeld door Christ (ja echt).

Na wat heen en weer gebel en ge-sms komt hij uiteindelijk naar de bar voor ’n interview, samen met zijn vrouw. Sir: I’m desperate for work. We are just married and we have no income. We have to pay money for the rent. Please sir, if you have work, I will take anything.

We zijn nu al maanden lang in een constante zoektocht naar personeel. En hoewel ik op het moment niet echt werk heb dat geschikt is voor hem, kan ik toch ook moeilijk nee zeggen nu er eindelijk iemand uit zichzelf voor me zit die een beetje engels spreekt.

Dus ik bied hem niet een, maar twéé banen aan. Hij kan bij Super Cleaners op kantoor werken; klusjes doen. Of hij kan bij Fahrenheit aan de slag als ober.

Over de baan bij Super Cleaners praat hij even met zijn gloednieuwe, 10 jaar jongere, vrouw. Vervolgens:
C.: moet ik dan iedere dag met die twee meiden daar werken hier op kantoor?
Ik zo van: ja. Zij werken hier ook ja.
Hij zo van: Oh maar mijn vrouw is jaloers als ik met andere vrouwen werk.
Ik zo: uhhhhhhhhh
ik zo: okay, wil je dan als waiter werken?
hij zo: ja hoeveel verdien ik dan?
ik zo: ja bij de schoonmaaksters verdien je meer, maar voor ober is het startsalaris honderdduizend, plus service charge en transportation en tips.
hij zo: oh ok. Dan ga ik wel even ergens anders kijken waar ik 150 kan verdienen. Bedankt he!

Ik was echt met stomheid geslagen. Hij had me twee weken lang gebeld en ge-smst en had meerdere keren gezegd dat hij desperate was voor werk. En hoewel ik eigenlijk niet echt werk voor ‘m heb, bied ik hem niet een, maar twéé banen aan, en dan zegt hij dat hij toch niet hoeft.

Na nog een week heen en weer smssen komt hij echter alsnog bij Super Cleaners werken. Ondanks al het vrouwelijk schoon dat rondhangt bij ons op kantoor. Maar eigenlijk kan hij helemaal geen kantoorwerk. Hij heeft nog nooit in een kantoor gezeten, snapt niet hoe het weekschema op het white board werkt en is onzeker als hij iets met de perforator moet doen. Zelfs de meest simpele administratietaken zijn daardoor moeilijk.

Dit alles speelt in de chaos van de eerste weken dat Fahrenheit open is, waarin ik zelf in een constante staat van imminent breakdown ben, en het is dus niet de tijd waarin ik het langste lontje heb helaas.

Maar Christ maakt ook wel heel veel kleine foutjes (ik vraag hem om zakken OMO van 2 kilo te kopen, hij komt terug van zakjes van 150 gram. Ik stuur hem nog een keer om zakken OMO te kopen van 2 kilo, hij komt weer terug met zakjes van 150 gram). En iedere keer dat hij weer een foutje maak en ik hem daar – zo vriendelijk als ik daar op dat moment toe in staat ben – op wijs reageert hij met: “OH JESUS CHRIST!”

Wat natuurlijk hilarisch is voor iemand die Christ heet.

Maar het grootste deel van de tijd zit hij alleen maar een beetje voor zich uit te staren of kijkt hij naar de grond. Niet in de laatste plaats omdat ik eigenlijk geen werk voor hem heb. Een van onze kantoorstaf zou weggaan, maar zij besluit te blijven, waardoor we hem eigenlijk echt niet nodig hebben. Uiteindelijk vindt hij gelukkig ander werk en gaat hij zelf weg.

Temidden van dit alles gebeurt ook nog waar ik al maandenlang bang voor ben. De helft van onze schoonmaakstaf neemt collectief ontslag ontslag. Vanavond nog.

Het hing al de hele tijd in de lucht. De 5 meiden die allemaal uit dezelfde regio kwamen waren maar half gemotiveerd, hadden al een paar keer gedreigd om ontslag te nemen, en iedere keer vroegen wij ze om dan tot het einde van de maand te blijven. Vervolgens zeiden zij dan weer: “okay, nee. Dan blijven we wel gewoon echt. We gaan toch niet meer terug naar huis”. Op een gegeven moment veranderden ze letterlijk ieder kwartier van mening en was ik zó klaar mee dat ik op het punt stond om ze eigenhandig de stad uit te trappen.

In plaats daarvan heb ik ze echter rustig edoch streng toegesproken en één voor één laten beloven dat ze ofwel vandaag weggaan of, ofwel blijven en ons one month notice geven als ze willen vertrekken. Ze besluiten allemaal te blijven.

Maar die avond nog wordt ik om 10 uur ’s avonds door onze trainer gebeld, en weet ik het eigenlijk al. Ze gaan toch allemaal weg. De moeder van een van ze was naar Yangon gekomen en ze namen de volgende ochtend nog de bus.

Dat was de week waar ik al maanden voor vreesde, en het vergde veel passen en meten om nog alle klanten een schoonmaakbeurt te geven in die week. Maar wonderbaarlijk genoeg is het gelukt zonder mensen te hoeven cancelen, en een dag 0f 10 later hadden we weer een paar nieuwe meiden op de stoep staan.

Ironisch genoeg ben ik temidden van dit alles een #selfhelp boek aan het lezen over zacht leiderschap ‘Primal Leadership: learning to lead with emotional intelligence’.

(ja echt..)

En terwijl ik daarin lees ben ik me heel erg bewust dat ik de laatste tijd steeds vaker geïrriteerd ben op kantoor als dingen niet snel genoeg gaan. En dat ik te kortaf reageer op een van onze personeelsleden: HS. Ik heb al eerder een keer gepnot dat HS niet de slimste is, en na maanden nog steeds het schema op het whiteboard niet begreep (het is écht niet zo’n moeilijk schema hoor; er zijn 5 werkdagen en 5 schoonmaak teams). Maar een deel van het probleem is ook dat HS niet zo goed engels spreekt, en de taalbarrière mag ik haar natuurlijk niet kwalijk nemen.

Dus de volgende dag ga ik met een hernieuwde, positieve en geduldige instelling naar kantoor, om daar meteen door HS overvallen te worden omdat het geld op is. Ze had het eetgeld voor de hele maand aan de meiden uitbetaald. Ik keek naar wat ze uitgegeven had en snapte het bedrag niet, dus vroeg om de berekening:

HS: ze krijgen 4.000 per dag, keer zeven dagen is 28.000 per week. Keer 3 is 84.000 in de maand.
Ik zo: ja maar een maand heeft 4 weken.
HS. Nee JW. Luister naar me. Ze krijgen 4.000 per dag. x7 = 28.000 per week. x3 = 84.000 in de maand.
Ze typt het voor me uit in de rekenmachine.
Ik, in mijn beste birmees en met een geforceerde glimlach op mijn gezicht die aan moet tonen dat ik rustig en relaxed ben: een maand heeft 4 weken. Dus 28.000 x 4. En ik laat het op de rekenmachine zien.
HS. Nee Nee Nee, en op iets luidere toon: 1 DAG: 4.000. 1 WEEK 28.000. 1 MAAND. 84.000
JW: pakt kalender. Wijst. 1 maand: 1, 2, 3, 4 weken. Vier weken. Een maand heeft vier weken.


dit ging, letterlijk, langer dan 10 minuten door. Iedere keer begon ze weer bij 4.000 en begon ze de hele berekening opnieuw uit te leggen aan me. IK. WERD. GEK. Het boek en al mijn positieve plannen gonsden door mijn hoofd, maar we zaten nog steeds middenin de stress weken, en hier besteed ik inmiddels al 12 minuten aan het uitleggen hoeveel weken er in een maand zitten.

Het eindigde uiteindelijk met HS die zei: OOOOOOOOOOOHHHHH VIER WEKEN. HAHAHAHAHA 4 WEKEN IN EEN MAAND.

Ik heb nog kortstondig overwogen om uit te leggen dat er in werkelijkheid 4,35 weken in een maand zijn, maar uiteindelijk heb ik m’n mond maar gehouden.

Gelukkig kan ik soms ook heel erg om haar lachen. Als ik diezelfde dag bijvoorbeeld een fout maak en over haar heen praat schreeuwt ze: JW LISTEN TO ME! En als we lunch gaan halen en ik wil betalen zegt ze: NO! Today, I feed you.

Toen Super Cleaners eindelijk drie en een halve dag in rustig vaarwater was ging het bij Fahrenheit mis. Iedereen moest een contract tekenen, en compagnon S. had een wurgclausule afgedwongen die zegt dat ze een maand lang salaris moeten betalen als ‘boete’ als ze binnen een jaar ontslag nemen.

Blijkbaar is dat iets normaals in Myanmar. Compagnon A en ik waren het er absoluut niet mee eens, maar na al het gezeik met de schoonmaaksters wilde S niet buigen. Dus uiteindelijk kwam de clausule erin (met de wetenschap dat we die boete nooit zouden opleggen; hij staat er slechts als dreigement).

Gevolg was natuurlijk dat een aantal mensen niet wilde tekenen, waardoor we al onze obers en de kassière in een keer kwijt zouden raken. En net toen ik dacht dat we echt… écht alles gehad hadden, kreeg ik een telefoontje dat de pickup truck die onze staf naar huis brengt ’s nachts was aangereden en over de kop geslagen met ál onze staf erin.

We hebben iemand die iedere avond onze staf oppikt en een ronde van 2 uur maakt langs de verre buitenwijken in het oosten, noorden en westen van de stad, om iedereen thuis af te leveren. En die is van de zijkant aangereden door een of andere dronken gast (die vervolgens doorreed), waardoor onze pickup truck omkantelde.

Uiteindelijk waren er godzijdank alleen maar drie mensen lichtgewond.

Wonder boven wonder zitten we nu al een tijdje in rustig vaarwater, en zijn mijn stresslevels een heel eind gezakt. Begin juni begon er een manager bij Fahrenheit, en in dezelfde week startte er een nieuwe coordinator bij Super Cleaners. Beide zijn geweldig.

De manager is een Birmese die 8 jaar in een duur Italiaans restaurant in Kuala Lumpur heeft gewerkt. Vooralsnog is ze voornamelijk serveerster, aangezien onze waiters belabberd zijn en zij juist de beste serveerster van Yangon is. Onze klanten vallen van hun stoel af, zo professioneel als ze is. En onze Super Cleaners coordinator is een Indiase Birmees die net klaar is met haar studie – ook in Kuala Lumpur. Jonge, maar leuke meid die alles snel oppikt.

Dus sinds de laatste maand heb ik het eigenlijk niet zo heel erg druk meer. Ik moet nu vooral van een afstandje zorgen dat alles goed loopt, zonder dat ik me zelf nog direct met alles hoef te bemoeien. Maar ik moet nog een beetje aan de nieuwe situatie wennen.

Het is een beetje een vreemde tijd; ik ben er sinds oktober helemaal aan gewend geraakt om met hoge druk en adrenaline te werken. Nu die ineens weg zijn gevallen heb ik nog steeds meer dan genoeg te doen – het is alleen dat mijn taken niet meer nu moeten gebeuren. En ik vind het maar moeilijk om me te concentreren op al die andere kleine taakjes.

Daarnaast ben ik ook gewoon een beetje uitgeblust. De stress van de afgelopen maanden komt er nu uit als moeheid, en het regenseizoen maakt de zaken ook niet beter. De zon is de laatste 2 maanden in totaal zo’n zes keer doorgebroken, en de rest van de tijd was het alleen maar grijs en grauw. Half Yangon loopt met een zakmes rond in het regenseizoen, wachtend op een excuus om zijn danwel haar polsen door te snijden, zo deprimerend is het hier.

Moraal van het verhaal is dat ik het gehad heb met dit schijtland en terug naar Nederland wil. Niet voor altijd, maar ik nu al anderhalve maand heel erg naar uit naar een tripje naar huis. Heb nog nooit zo sterk verlangd naar Nederland.

Godzijdank zit ik inmiddels op het vliegveld in Bangkok te wachten op mijn vlucht, alwaar ik de laatste hand aan deze pnot leg. Maar voordat ik het vliegtuig instap moet ik echter nog een een stel anekdotes uit de bar tegen jullie aangooien:

xxx

Het is de dag van de voetbalfinale van de ASEAN games, en Myanmar speelt tegen Thailand. Ik loop de bar in en er ligt een plastic zak met t-shirts van Myanmar, vlaggetjes en nog wat zweetbandjes met de vlag van Myanmar.

Manager: ja, die kwam een politieagent brengen?
Ik zo: De politieagent kwam deze tas met merchandise afgeven?
Manager: ja voor compagnon A zei hij erbij.
Ik zo: Maar dat is toch heel raar?
Manager: ja.

Even later komt compagnon A binnen:
A: echt? heeft hij dit afgegeven? Hij kwam gisteren langs om te vragen of hij 350 dollar mag lenen. Hij wil een teashop beginnen om de hoek.
Ik zo: dus als ik het goed begrijp probeert de politieagent jou nu om te kopen?
A: uhhh ja.

xxx

De manager belt me op om te vragen of ik weet waar Compagnon A is. Ze probeert hem al de hele dag te bereiken, want er zitten 2 mensen van het elektriciteitsbedrijf al sinds de ochtend op hem te wachten in de bar. Ze wachten nu al 5 uur op hem.

Wat blijkt: onze maandrekening is 270 dollar, maar als we de heren 70 dollar betalen wordt onze rekening verlaagd naar 100 dollar. Iedere maand.

We hebben het overwogen, maar hebben uiteindelijk besloten om goede burgers te zijn en gewoon de volle rekening te betalen.

xxx

Op een van de eerste dagen dat onze bar open was, tijdens onze soft launch toen iedereen gek werd, kwamen er aan het einde van de avond twee gasten aan de bar zitten. Ze bestelden eten, maar toen ik naar de keuken liep zei de chef dat al het eten op was.

Ik ga terug naar de jongens en vertel ze dat helaas alles op is. Ze geven daarop aan dat het ze niet uitmaakt wat ze eten, maar als er nog iets te maken is dan hebben ze dat graag. Daarop flanst de keuken nog wat in elkaar, en als ik ze de gerechten vervolgens serveer vragen ze uiteraard wat het is.

Ik zo: uhhh. geen idee eigenlijk. Wacht ik ga het aan de keuken vragen.
Chef: uhhhh geen idee. Ik weet m’n eigen naam nauwelijks meer, laat staan dat ik nog weet wat ik 1 minuut geleden gemaakt heb.
Ik tegen de jongens: sorry, heel gênant, maar de keuken weet ook niet meer wat ze 1 minuut geleden voor jullie gemaakt hebben.

Als ze weggaan praat ik nog effe met ze buiten en lachen we erom. Een van de jongens is Nederlands en geeft me z’n kaartje. Blijkt dat ze voor de groep investeerders werken die allemaal luxe restaurants opent in Yangon. Shit wat een afgang…

Ik zie de Nederlandse jongen nog een paar keer meer, en een paar werken later hoor ik ineens dat hij OOK een Mexicaans restaurant opent in Yangon.

Dus ik facebookstalk hem om te kijken waar we mee te maken hebben, en wat blijkt: HIJ HEEFT OP DE NSG GEZETEN. HIJ HEEFT FOCKING OP ONZE MIDDELBARE SCHOOL GEZETEN.

Een jaar onder ons nog wel. ER IS NOG EEN NSG’ER MET EEN MEXICAANS RESTAURANT IN YANGON.

Ik dacht dat ik gek werd.

(okay, feitelijk is het niet helemaal correct. Hij werkt voor een restaurantgroep, maar hij werkte voor hun aan het Mexicaanse restaurant).

xxx

Met de toenemende concurrentie (er zijn nu ook ineens allemaal andere restaurants die Mexicaanse thema-avonden doen) besloot ik om achter de tabasco aan te gaan. Ik had gemerkt dat in twee supermarkten alle tabasco al op was, dus had ik ‘de grote supermarktendag’ ingelast. Daarin ben ik naar de zes grootste supermarkten te gaan om alle tabasco en sriracha saus op te kopen. Vooral omdat dingen in Yangon altijd ineens uitverkocht kunnen zijn en dan 7 maanden niet meer terugkomen. Maar stiekem hoopte ik daarmee ook de concurrentie een hiel te zetten.

En daarnaast voelt het gewoon heel erg goed om de volledige voorraad van iets op te kopen. Schuursponsjes zijn een ander product dat vaak op is, dus op mijn supermarkttoer kreeg ik de smaak te pakken en heb ik voor super cleaners ook alle schuursponsjes die ik kon vinden opgekocht.

xxx

Onze Amerikaanse chef heeft iedereen in de keuken Engelse namen gegeven, omdat ze de Birmese namen niet kan onthouden (onder de grote druk van de keuken). Dat ging ongeveer zo:

Chef roept Mikey.
Mikey weet niet dat hij Mikey heet.
Chef roept Mikey
Mikey is zich nog steeds van geen kwaad  bewust
MIKEY!!
Mikey kijkt toevallig op en realiseert zich dat hij Mikey heet.
Mikey: “Yes chef?”

Inmiddels noemen ze elkaar ook alleen nog maar bij hun engelse namen.

ps. ik gebruik mijn facebook alleen maar als promotieinstrument voor onze feesten en voor fahrenheit, dus mijn vriendenlijst staat vol met birmese homo’s die ik niet ken (ik ben doodsbang dat mijn account een keer geblokkeerd wordt en ik mensen uit mijn vriendenlijst moet herkennen om mijn account terug te krijgen). Een keer in de zoveel tijd zit er een stalkertype bij die de hele tijd tegen me aan begint te lullen en dan een foto van mij stuurt die hij laatst op straat gemaakt heeft. Of dat er iemand stuurt: “IK ZAG JE IN JOUW STRAAT MET EEN ANDERE JONGEN LOPEN. WIE WAS DAT?  JE HAD EEN DATE HE?”

pps. Minstens 1 op de 5 keer dat ik de supermarkt in loop wordt de panfluit versie van una paloma blanca gedraaid.

ppps. Compagnon A. heeft alweer een nieuw projectje. Een koloniaal pand van heb ik jou daar die hij voor iemand aan het opknappen is. We hebben het er nu over om daar samen een restaurant in op te zetten. Of dat verstandig is weet ik niet, maar het is ook geen pand waar je makkelijk nee tegen zegt. Wordt vervolgd.

20150708_134411

20150708_140813

20150708_135700

pppps. Dit is waar ik tegenwoordig mee moet dealen als ik mijn nieuwsfeed open.

facebook bericht

4 comments

  1. Juliette Reply 24 / 07 / 2015 at 04:14

    Hoera, even weg uit dat schijtland! Heerlijk, al die verhalen! Geniet van NL! Una Paloma Blanca, eenmaal in je hoofd, niet meer eruit te krijgen, blijft maar doorgaan.

  2. Marloes Reply 24 / 07 / 2015 at 23:53

    Heerlijk :)

  3. ex huisgenoot M Reply 28 / 07 / 2015 at 23:17

    Ik kom in januari schattke! Maar nu eerst je zien in NL – hoezee. Xx

  4. Ex-huisgenoot I van ex-huisgenoot M Reply 30 / 07 / 2015 at 19:56

    Wow JW, als buitenstaander is echt alles in deze post grappig. Omdat het zo’n andere wereld is op deze vlakken. Maar ik kan me voorstellen dat je blij bent om er even weg te zijn. Troost je met de gedachte dat ik je hele post heb zitten lachen. Is het tenminste ergens goed voor allemaal :)

Leave a reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Go top