Close
Exit

Met in deze editie: flink wat travos, een goed paar hakken, de Buddha, 1 pseudo tandarts, een paar hotelkamers, 1 potentiele sugar momma, de bomaanslagpleger van Bangkok, en de nieuwe hoofdstad van Myanmar.

Je weet dat je in Myanmar woont als je staf je bij terugkomst van vakantie hartelijk groet, om vervolgens – stuk voor stuk – naar je hoofd/buik/armen te wijzen en te zeggen dat je dik geworden bent. Eentje had zelfs het lef om naar mijn tieten te wijzen, en zei daarbij slechts: “little fat”.

Daarna voelde hij nog even aan zijn eigen man-boobs om zich ervan te verzekeren dat ik begreep waar hij op doelde.

Het begon dus niet overdreven leuk toen ik in September terugkwam in Yangon. Ik landde zo rond 5 uur in de middag, het was grijs, praktisch donker, regende, en vanuit het vliegtuig zag ik de overstroomde straten van Yangon. Voorbijrijdende auto’s spoten een metershoge waterval naar beide kanten van de straat en voetgangers doken weg.

En dan de geur. Die overviel me al in de slurf van het vliegtuig naar de terminal. Schimmel. Ik was vergeten hoe overweldigend de geur van schimmel is in dit seizoen.

Bij immigratie werd het er ook niet beter op. De printer was kapot bij de visa-on-arrival desk, en de immigratiemeneren bleven maar een beetje rondhangen en kwamen een keer in de zoveel tijd aanlopen met een nieuwe USB kabel in de hoop dat die de printer aan de praat zou krijgen.

Na een klein uur rolde mijn visum er uiteindelijk uit, en een deel van me was teleurgesteld dat ik nu niet meer teruggestuurd kon worden naar Bangkok.

Want daar was ik net een dagje geweest, na eerst een China Airlines vlucht vanaf Amsterdam. Die China Airlines, die is eigenlijk Taiwanees overigens. Op de heenweg was ik er behoorlijk over te spreken – voornamelijk omdat ik een slaappil had gescoord van W. en er doorheen sliep. Maar voor de terugweg had ik zonder succes tien dagen lang voor een slaappil gelobbyd bij alle (pseudo) tandartsen, doktoren en ADHD’ers die ik ken, en zelfs bij mijn (pseudo) dierenartsvrienden kon ik geen paardenmiddel lospeuteren. Dat stelletje moraalridders heb ik bij aankomst in Myanmar dus meteen uit mijn telefoon gegooid.

Uiteindelijk moest ik het doen met troep die ik gewoon in het Etos schap vond.

Dat spul had wellicht iets kunnen doen, was het niet voor de beer van een steward die in mijn deel van het vliegtuig leefde. En dan bedoel ik geen bear. (Helaas. Dan was dit verhaal heel anders gelopen.) Nee, het was een 50-jarige grote, brede Taiwanees, die bij iedere rij bulderde: EXCUSE ME!! CHINESE TEA OR COFFEE?

Nee wacht, volgens mij las je dat niet goed. Zet je laagste, diepe, schorre, meest luidruchtige bulder stem even op en schreeuw met me mee: EXCUSE ME!! CHINESE TEA OR COFFEE?

Dat ja.

Vooral die onvoorstelbaar luide EXCUSE ME weerhield me van iedere vorm van slaap. Die begon ergens onder in zijn buik, borrelde via z’n keel naar boven, en explodeerde vervolgens zijn mond uit. Het was de meest onaangepaste steward in de geschiedenis van de commerciële luchtvaart. Maar het vreemde was: als hij dan vervolgens iets aangaf dan was dat met heel veel grace en een oprechte glimlach.

Tot overmaat van ramp had ik ook nog eens oriental vegetarian meal aangeklikt bij het boeken. Je zou verwachten dat die Taiwanezen wel weten hoe je een bak vegetarische reut moet maken – maar toen ik het bij ’t ontbijt moest doen met water en droge noodles met paddestoelen – terwijl de rest van het vliegveld omelet, een warm broodje en sinaasappelsap kreeg brak er iets in mij.

Dus zo kwam ik jaloers, hongerig en slaapdronken aan in Bangkok.

Maar gelukkig had de geur in de slurf hier het tegenovergestelde effect als die in Myanmar. Want op Suvarnhabhumi airport ruikt het naar Bangkok, naar hitte gemixt met droge aircon lucht, naar zorgeloosheid, naar Thaise curries met een vleugje riool, naar lange nachten. En naar bloeiende orchideeën met een hint van een ontbindende rat.

Ieder druppeltje negativiteit verbleek bij deze geur, en wat overbleef was pure honger. Dus na een korte ethische discussie in mijn hoofd plaatste ik mijn uitgeputte lichaam op een stoel van de Burger King, met voor mij een of ander genetisch gemanipuleerd ontbijt met sinaasappelsap. Het was alles wat ik wilde en meer.

Het Burger King terras in de terminal had een tuinhekje eromheen staan waar mijn achterlijk grote tas niet doorheen paste dus die liet ik maar even buiten liggen. Al gauw stond daar een man naast die indringend de Burger King in stond te staren. Ik nam aan dat hij naar iemand achter me keek, en ik had al om me heen gekeken om te zien wie daar zaten. Maar ik was die ochtend blijkbaar de enige persoon die een genetisch gemanipuleerd fabrieksei als ontbijt wilde, want ik was alleen in de BK.

Net toen ik besloot hem te gaan negeren ging hij recht voor mij z’n knieën en begon onophoudelijk heel diep naar mij te buigen – alsof ik verdomme de Buddha zelf was.

Dit alles terwijl ik gewoon voor één keer zonder schaamte bij Burger King wilde eten. Maar hij zat ook wel heel erg dicht naast mijn backpack, dus het leek ook een beetje alsof hij iets in mijn tas wilde stoppen.

Het geheel was allemaal wat moeilijk te bevatten na een slapeloze nacht en ik begon langzaam al te overwegen of ik in paniek moest raken. Precies op dat moment realiseerde ik me namelijk dat hij ook een beetje leek op de compositietekening van de man die de bomaanslag in Bangkok had gepleegd deze zomer.

En net toen ik me echt zorgen begon te maken kwam de marechaussee die de man op zijn benen trok en meenam.

……

Terug in Yangon moest ik wel even serieus wennen. Die schijtregen hield maar niet op, iedereen om me heen twijfelde ineens of ze uit Yangon wilden vertrekken, we moesten ons huis uit, en ik kwam terug met nieuwe energie om mijn sociaal leven op te bouwen, maar wist soms niet eens wie ik moest bellen om een biertje te drinken.

Gelukkig sloeg dat binnen een paar weken om en heb ik het nu weer heel erg naar mijn zin in Yangon. Heb voor het eerst namelijk weer een echte vriendengroep hier, waar ik al lang behoefte aan had.

Eentje met injokes enzo. En met allemaal homo’s en een paar fag-hags. Heb nog nooit zo’n homogroep gehad, maar vind het het vooralsnog erg leuk. Er zitten echter wel een aantal onverwachte bijkomstigheden bij, waarvan de verandering in mijn garderobe nog wel het meest in het oog springt.

IMG-20151025-WA0009IMG-20151025-WA0008IMG-20151025-WA0006

Daarnaast heb ik de lease op ons huis weten over te nemen met een paar vrienden. Want hoewel ik wel zin had om te verhuizen ken ik eigenlijk niemand die zo’n mooi en comfortabel huis heeft voor zo weinig als wij betalen.

Maar ik wil nog even terugkomen op die hakken van hierboven. Die heb ik omdat we een drag act willen doen met het filmfestival. Maar ik heb ze vooral omdat ik ze gekregen heb van een van de fag hags in mijn nieuwe groepje: een hilarische Thaise van ergens begin 40. Ze werkt in de Fashion. Nou ja, ze werkt eigenlijk voor Otto, die Duitse thuiscatalogus, dus haute couture zal het niet zijn. Ze komt uit een arme regio in Thailand en is helemaal geen elite of zo, maar ze vliegt 3 keer per week en heeft daarom appartementen in Jakarta, Saigon, Yangon en Bangkok.

Laten we d’r U noemen. Ons gesprek ging ongeveer zo:

U., ongeveer 4 minuten nadat ik haar voor het eerst heb ontmoet en 3 minuten nadat ze me gevraagd heeft of ik haar vriendje wil zijn: “Als je in Bangkok bent mag je wel in mijn appartement slapen hoor”.
Ik zo: Heb je een logeerkamer?
U.: Uuuuuuuuh ja. Dat ook. Maar ik heb ook gewoon een extra appartement.
Ik zo: Why?
U.: Ja ik vlieg zoveel… dus ik heb er een appartement bijgekocht vanaf waar ik zonder stoplichten naar het vliegveld kan rijden.
Ik zo: Serieus?
U.: Yep. I paid for it in cash.

Enkele weken later zit ik er met ex-onderzoekspartner-uit-Nepal P en zijn vriendin M. Hoewel het slechts op de 10e verdieping was (marginaal boven de parkeergarage), was het appartement niet onaardig.
IMG-20151024-WA0004U. komt me daar ophalen om te gaan shoppen. Het gesprek in de taxi verloopt ongeveer zo:

Taxi: Wat gaan jullie doen?
U.: We gaan hoge hakken kopen voor deze jongen hier [wijst naar mij].
Taxi: Is hij een ladyboy dan?
U.: Ja.


Ik zo: WTF zei je nou tegen de taxichauffeur dat ik een ladyboy ben?
U.: Uhuh.

Taxi: Mijn zoon is ook een ladyboy. Hij is net tien jaar geworden, en voor z’n verjaardag heb ik ‘m z’n eerste pruik gegeven.

[U en JW pinken een traantje weg]

U.: Fantastisch, ik moet ook een pruik hebben voor deze jongen. Met dit mislukte hipsterkapsel kan hij niet aankomen. Weet je waar ze goeie kwaliteit verkopen?
Taxi: Ja moet je naar Platinum.

In Myanmar kan ik geen scheet laten zonder dat de halve stad naar me opkijkt, en in Thailand loop je op hoge hakken door de mall om te testen of ze goed zitten en die Thaien kijken nog niet eens op of om.
Voordat ik afsluit nog even een update over het business imperium: Fahrenheit doet het vet goed. We zijn hard op de Birmese markt aan het marketen, hebben een nieuw menu, en hebben onze prijzen wat verlaagd – en dat alles werpt haar vruchten af.

Nummer 3 van 376 restaurants - HELL YEAH!

Nummer 3 van 376 restaurants – HELL YEAH!

We zijn echter nog steeds aan het bij-investeren (nieuwe blender: 600 dollar. WTF… Voor een blender!) en moeten eind december de huur voor heel 2016 betalen en die moeten we nu bij elkaar sparen. Dus ik verdien nog steeds geen rooie cent aan die toko.

Super Cleaners kabbelt voort, maar ik besteed er niet meer zoveel tijd aan. FAB gaat goed en we zijn een tweede maandelijkse feest begonnen: Night Shelter. Maar er is nog steeds curfew om 11 uur voor het nachtleven dus het is iedere keer maar de vraag of onze feesten door kunnen gaan. Tot nu toe hebben we iedere keer geluk gehad en kunnen we als een van de weinigen in de stad feesten tot 2 uur organiseren, dus het was erg druk.

Een keer kwam de politie om een uur of 1. Ze stonden buiten, en wij hadden 150 man in de zaal. Wij snel de muziek uitzetten, en moest ik fluisteren in de microfoon
”jongens! SSSSSST De politie staat buiten. We moeten allemaal heeeeeel stil zijn. SSSSST. Als we heeeeeeel stil zijn mogen we zometeen weer verder feesten”.

j-one-27Je kan je voorstellen hoe het klinkt als 150 dronken mensen SSSSSSSST zeggen, maar verder hielden ze zich redelijk stil. En de politie die aan de andere kant van de deur stond maar niet naar binnenkwam vond dat blijkbaar okay. Dus toen ze weggingen hebben wij de muziek weer aangezet.

Fahrenheit moet overigens wel nog steeds iedere avond om 11 uur dicht. Volgende week zijn eindelijk de verkiezingen. Hopelijk wordt het wat relaxter daarna.

Het filmfestival was eigelijk over twee weken, maar die hebben we uitgesteld omdat het te dicht op de elections was. We hebben voor het filmfestival wel een paar hele leuke weekends gehad om de films te selecteren. Er waren honderden films ingestuurd voor het die we allemaal moesten streamen. Maar ja…. streamen in Yangon…

Gelukkig hebben we B. in ons team. Die heeft een hele goeie baan, dus die heeft 3 weekenden lang een kamer in het sjieke Shangri-La hotel gehuurd (goed internet!) waar wij dan het hele weekend op het bed en de bank konden hangen om films te kijken.

Dat ging ongeveer zo:
Homo loopt het Shangri-La binnen: Hiiiiiiiiiii I’m here to see mister B in Room 1528, he know’s I’m coming.

Tweede homo loopt de receptie binnen: Uuhmm hello there. I have a meeting with mister B. Room 1528.
….
Derde en vierde homo komen elkaar tegen bij de receptie: oh hiiiiii darrrrling, I didn’t know you were coming as well… We’re here to see mr B. I’m not sure which room he’s in.

Zo ging het drie weekenden lang. God weet wat de staf gedacht moet hebben, maar in het laatste weekend herkenden ze me allemaal en hielpen ze me meteen naar de goede etage in de lift zonder dat ik erom vroeg.

hotel roomMaar hoewel ik zelf met steeds rijkere mensen rondhang heb ik zelf steeds minder (wellicht zit daar een verband). Daarom heb ik toch maar met pijn in het hart twee development klussen aangenomen. Met kantoortijden en al. Ik kan het zelf nauwelijks geloven, maar ik kijk er wel naar uit om weer eens wat anders te eten dan WC papier en burritos.

Voor de eerste klus mocht ik naar Nay Pyi Taw. De absurde hoofdstad van Myanmar waar ik nog nooit was geweest.

Want nee vriendjes en vriendettes, ik woon helemaal niet in de hoofdstad. In 2005 heeft het regime in het geheim een nieuwe hoofdstad gebouwd omdat ze bang waren dat Yangon geraakt zou worden door raketten van Amerikaanse oorlogsschepen op zee. Of om precies te zijn, waarschijnlijk heeft de waarzegger tegen de toenmalig dictator gezegd dat er een Westerse aanval vanaf zee aan zat te komen.

Vervolgens heeft de huis-astroloog van de toenmalige dictator de meest gunstige plek om de hoofdstad te bouwen bepaald. Pijnlijk detail is dat de astroloog alleen omhoog heeft gekeken, want een geograaf had ‘m kunnen vertellen dat die locatie exact op een breuklijn ligt.

Doel van de nieuwe stad was niet om een prettige stad om te leven te bouwen, maar een stad die iedere revolutie kan weerstaan. De verschillende functies van de stad zijn daarom strict gescheiden en mijlenver uit elkaar. Er is een regeringszone voor het parlement en de ministeries, een hotelzone voor de hotels en conferentiecentra en een woonzone voor de huizen. Allemaal op elkaar aangesloten door uitgestorven 12-baans wegen.

Ik zat in de hotelzone en heb eigenlijk alleen maar het hotel en het conferentiecentrum gezien. Maar de hotelzone bestond uit tientallen gigantische hotels die allemaal horizontaal gebouwd waren – met alleen een begane grond. Resort style zal ik maar zeggen. Vanaf de straat zag je eigenlijk nauwelijks meer dan lange muren met een keer in de zoveel tijd een opening naar een hotel. Dan weer een paar honderd meter muur en een gate van het volgende hotel.

Alleen al het Hilton had een muur van een paar kilometer; lang genoeg om een heel golfveld inpandig te herbergen. In de hele hotelzone heb ik geen enkel restaurantje gezien, geen enkele minimarkt, en geen enkele travel agency. Alleen maar hoge muren. Eigenlijk heb ik zelfs geen enkel gebouw gezien dat niet een hotel, conferentiecentrum of politiepost was. En ik heb erop gelet: in de twee dagen dat ik er was heb ik maar één keer iemand zien lopen langs de weg.

Ik vond het wel heel erg leuk om weer een keer verbaasd te zijn over Myanmar. Zo had ik bijvoorbeeld een cruciale fout gemaakt door te denken dat ik op een vliegveld in de hoofdstad van Myanmar aan zou kunnen komen en zou kunnen verwachten dat er daar een taxi zou staan.

Nee. Want Nay Pyi Taw is in alle opzichten een parallel universum. Voor de terminal stonden er namelijk precies evenveel autos als passagiers in het vliegtuig te wachten.

Nou ja, precies evenveel als het aantal passagiers in het vliegtuig minus 1. Ik.

Blijkbaar was ik de enige persoon op die vlucht die niet wist dat er geen taxis bestaan in Nay Pyi Taw en dat je dus een mannetje op moet bellen voordat je op je vlucht stapt. Gelukkig kende ik iemand op de vlucht die me een lift gaf.

En dan nog iets over dat vliegveld, het is GIGANTISCH. Ik zag 24 bagage banden en 12 Slurven. Yangon heeft er maar 4 en twee bagagebanden. Desalniettemin moesten we zelf met een trap het vliegtuig uit lopen en waren er niet meer dan de 26 mensen die in ons propellorvliegtuigje zaten.

Op de terugweg naar Yangon had ik ineens wel een vet mooi vliegtuig. Een echt vliegtuig, niet zo’n propellording dat je normaal altijd hebt binnen Myanmar.

In het in flight magazine las ik dat het de eerste boeiing was van deze maatschappij. En terwijl we op de startbaan met volle kracht vooruit stootten om op te stijgen vroeg ik me af of Myanmar eigenlijk wel piloten heeft die met een Boeiing kunnen vliegen. En op dat precieze moment wordt onze start afgebroken en trapt ‘ie vol op de rem.

Nondeju! Met lichte zorgen wacht ik op het omroepbericht waarin de piloot opbiecht dat hij eigenlijk niet weet hoe het vliegtuig werkt. Maar als de piloot eindelijk spreekt zegt hij dat er vogels op de startbaan waren.

EINDE.

 

PS. Ik had een gesprek met een potentiële English teacher voor onze Super Cleaners. Hij leek me wel een okay gast. Wel erg Christelijk dacht ik, want hij bleef het maar hebben over zijn werk voor het bisdom. Maar vervolgens begon hij over cultuurverschillen tussen Birmezen en buitenlanders. Hij wilde ook graag wat lessen geven aan de meiden over cultuurverschillen, want dat leek hem wel belangrijk omdat ze met veel buitenlanders in contact komen. Prompt gaf hij een voorbeeld van cultuurverschillen: “in Westerse pornofilms dragen vrouwen heel vaak hakken in bed. Dat zou in Myanmar nooit gebeuren, want je doet hier altijd je schoenen uit bij de voordeur.”

Uhhhh…

5 comments

  1. Juliette Reply 01 / 11 / 2015 at 04:36

    Fag hags heb ik eerlijk gezegd moeten wikipedien. Vind dat je wel goede benen hebt voor hakken. Vind dat je er uberhaupt goed uitziet. Niet te dik, ook niet je tieten. En dankzij de foto bij dit artikel, waarin ik je FB naam kon zien, heb ik je nu eindelijk een vriendschapsverzoek kunnen sturen. Ben op weg naar Ibiza, dus kom maar eens langs met dat zooitje ongeregeld uit Myanmar.

  2. ex huisgenoot M Reply 01 / 11 / 2015 at 16:40

    Hehehehe weer een geweldige update! Lig nog lekker in mn bedje en het was een prachtig verhaal om de dag mee te beginnen.

    Ben super benieuwd naar die translate boy… wat the hell gaat ie je ladies aanleren?

  3. kim Reply 01 / 11 / 2015 at 19:16

    Hihihi, wat een mooi verslag weer! Ben blij dat je weer lekker in je ritme zit en dat het zo goed loopt met jullie bar, feesten en het filmfestival! Super gaaf allemaal!
    Oh en ik ben ook jaloers op je benen.
    x kimmie

  4. W. Illem Reply 02 / 11 / 2015 at 20:31

    en jij denkt dat ik geloof dat jij niet van verkleedfeestjes houdt???

  5. Juliet Reply 11 / 11 / 2015 at 20:58

    DIKKE TIETEN!
    Mooi hoe je inpandige berging hebt weten te verwerken in je stuk.

Leave a reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Go top